Ziekten bij Reptielen

Ziekten bij Reptielen

Hoewel reptielen niet enorm populair zijn in als huisdier in Nederland, komen ze regelmatig voorbij op het spreekuur. We hebben in onze kliniek al regelmatig zieke hagedissen en andere reptielen geholpen. Omdat we vaak dezelfde aandoeningen aantreffen gaan we hierbij in op de meest voorkomende aandoeningen bij deze exotische diersoorten.

Wat te doen bij een ziek reptiel?

Ga met een ziek reptiel altijd zo snel mogelijk naar een reptielendierenarts voor een consult. Sommige reptielen zijn erg gevoelig en kunnen snel sterven zodra zij ziek zijn. Het is belangrijk om bij een bezoek aan de dierenarts altijd verse ontlasting mee te nemen. Dat helpt enorm bij het vaststellen van een diagnose!

Het vervoer van uw zieke reptiel

Zorg tijdens het vervoeren van uw huisdier dat hij zich niet kan bezeren én niet kan ontsnappen. Omdat het vervoeren over het algemeen redelijk stressvol kan zijn, is het wellicht handig om het vervoersmiddel te bedekken met een deken. Heeft u een slang? In dat geval is een linnen zak een uitstekend vervoersmiddel. Let daarnaast op de leefomstandigheden van het reptiel. Afhankelijk van de buitentemperatuur kan het verstandig zijn om een verwarmingselement (zoals een matje of een kruik) in de vervoersbak te plaatsen. Zorg er uiteraard voor dat uw huisdier zich niet kan verbranden.

Het consult

Een consult voor een ziek reptiel bestaat over het algemeen uit drie verschillende stappen: De anamnese, het lichamelijk onderzoek en vervolgonderzoeken.

Anamnese

Tijdens het consult zal de dierenarts allerlei vragen stellen over het reptiel. Denk aan vragen over de leeftijd, hoe lang hij al in bezit is, wat het dieet is en hoelang de symptomen al bekend zijn. Het is van groot belang dat alle vragen eerlijk beantwoord worden om het reptiel zo goed mogelijk te helpen.

Lichamelijk onderzoek

Het reptiel wordt nauwkeurig onderzocht en ook de bek wordt geopend en bekeken. Dit is voor de meeste reptielen een stressvolle gebeurtenis, maar nodig voor de diagnose.

Vervolgonderzoeken

Na het lichamelijk onderzoek kunnen er vervolgonderzoeken nodig zijn. Denk hierbij aan een bloedonderzoek, een microscopisch onderzoek, een röntgenonderzoek, puncties en kweken.

Mondrot

Mondrot is een infectie van de weke delen van de mond. Hieronder vallen het gehemelte, de tong, en het tandvlees. Wanneer de mondrot niet behandeld wordt kan ook het kaakbot bij de infectie betrokken raken en zelfs breken. Mondrot is niet een primaire ziekte, maar komt secundair voor bij reptielen met een onderliggende ziekte die de werking van het immuunsysteem aantast. Indien uw reptiel last heeft van mondrot ziet u het aan de slijmvliesbekleding van de mond. Deze is te rood en bevat vaak een wit-gele aanslag. Ook kunnen er woekeringen van ontstekingsweefsel in de mond ontstaan.

Behandeling van mondrot

Met een swab (soort wattenstaafje) wordt wat slijm en materiaal uit de bek genomen. Het materiaal wordt op kweek gezet om de bacteriën die bij het proces een rol spelen te identificeren. Mondrot kan behandeld worden met een breed-spectrum aan antibiotica. De juiste antibiotica wordt bepaald zodra de uitslag van de kweek bekend is. Het is tevens de taak om al het ontstoken of dode weefsel, de pus en loszittende tanden te verwijderen om de problemen volledig op te lossen. Hou daarnaast rekening met de volgende zaken:

  • Het reptiel moet warm gehouden worden. De nachttemperatuur moet gelijk zijn aan de dagtemperatuur.
  • Als het reptiel niet zelf eet moet hij gevoerd worden. In onze praktijk gebruiken wij Juvenile® van Harrison’s Bird Foods om te dwangvoeren. Het poeder kan één op één aangemaakt worden met water en via een spuitje worden toegediend.
  • Het reptiel moet extra water krijgen omdat de nieren extra belast worden door de medicatie.

Bij mondrot is het belangrijk om na te gaan waarom het reptiel ziek is geworden. Ga na of de huisvesting, voeding en verzorging wel optimaal is geweest.

Uitdroging van een reptiel

Vocht is zeer belangrijk voor reptielen. Reptielen die langdurig te weinig vocht drinken krijgen te maken met nierfalen, waardoor ze kunnen sterven. Nierfalen is een veel voorkomende oorzaak van sterfte bij reptielen die als huisdier gehouden worden. Bij een uitgedroogd reptiel zijn de ogen ingevallen en de huid gerimpeld. Vaak zijn ze sloom en willen ze niet eten.

Behandeling van uitdroging

De dierenarts zal het reptiel infuus geven. Bij milde gevallen kan ORS (Oraal rehydratie zout) gegeven worden. De nierschade kan met bloedonderzoek aangetoond worden. Uitdroging wordt meestal veroorzaakt door incorrecte watervoorziening. Veel kameleons drinken bijvoorbeeld niet uit een bakje, maar uit een druppelaars of sproeier. Ga in het geval van uitdroging na of de manier van waterverstrekking wel werkt. Drinkt de kameleon werkelijk uit de druppelaar of waterbak?

Luchtweginfecties en longontsteking bij een reptiel

Luchtweginfecties komen zeer veel voor bij reptielen. Meestal worden luchtweginfecties veroorzaakt door een te lage temperatuur in het terrarium of door stress, bijvoorbeeld door een verhuizing naar een nieuwe bak. Een reptiel met een luchtweginfectie ademt met de bek open, heeft schuim uit neus en mond en laat soms ‘reutelende’ geluiden. Wanneer een reptiel langdurig een luchtweginfectie heeft kan een longontsteking ontstaan.

Behandeling van een luchtweginfectie en longontsteking

De behandeling bestaat uit het toedien van antibiotica en het optimaliseren van de temperatuur en vochtigheid in het terrarium. Ga na of de temperatuur en vochtigheidsgraad in het terrarium overeenkomen met die van het oorspronkelijke leefgebied van het reptiel.

Gestoorde botstofwisseling

Voor een normale botstofwisseling zijn calcium en actieve vitamine D (vitamine D3) nodig. Vitamine D3 wordt gevormd in de huid onder invloed van uv-licht. Calcium krijgen reptielen binnen via de voeding. Wanneer er langdurig te veel Vitamine D3 en kalk wordt toegediend bestaat er risico op verkalking van de weke delen en organen van het reptiel. Dit zien we bij reptielen waarbij overmatig commerciële vitaminen en mineralenpreparaten worden toegediend. Daarnaast wordt er bij een te kort aan uv-licht onvoldoende Vitamine D3 gevormd en ontstaan dikke gewrichten, botbreuken, rubberkaak, spierzwakte en slechte coördinatie.

Voorkomen gestoorde botstofwisseling

Om te voorkomen dat reptielen botstofwisselingsziekten krijgen is het nodig dat ze minimaal 12 uur per dag blootgesteld worden aan uv-straling. De beste bron voor uv-straling is de zon. Verder zijn er uv-lampen te koop. De kwaliteit varieert enorm en de uv-straling die de lampen afgeven neemt na enkele maanden sterk af. Daarnaast moet het voer voldoende vitamine D en calcium bevatten. Het toedienen van actief vitamine D3 is af te raden in verband met de kans op verkalking van de organen.

Belangrijk advies omtrent de behandelingen

Wanneer de dierenarts een bepaalde therapie instelt is het van belang dat die therapie ook daadwerkelijk gevolgd wordt. Het toedienen van medicatie, vocht en voedsel zal stress opleveren voor het reptiel, maar het niet uitvoeren van de therapie leidt vaak tot ernstigere gevolgen!

Bij twijfel altijd contact opnemen

Heeft u een reptiel dat wellicht symptomen van een ziekte vertoont? Aarzel dan niet en neem meteen contact op met een reptielendierenarts bij u in de buurt. Voor reptielen in Almere en omstreken kunt u bij ons terecht. Bel direct of plan online een afspraak in.