Konijnen ziekten

Gebitsbehandeling bij een konijn

Een konijn kan last krijgen van diverse ziektes. Ziektes die onder andere veroorzaakt kunnen worden door insecten en voeding.

Mijt:
Het konijn heeft last van mijt als hij zichzelf voortdurend krabt en bijt. Hij lijkt dan jeuk te hebben. De scherpe nagels en tanden zorgen voor kale plekken en wondjes en door de irritatie van de huid komen veel schilfers los. Bij vachtmijt laten de haren makkelijk los en zitten er erg veel schilfers bij.

Maden:
Tijdens de zomermaanden zijn er weer meer vliegen in onze omgeving en deze kunnen een vervelende ziekte veroorzaken; myasis, oftewel madenziekte. De groene vlieg is de boosdoener; deze legt haar eitjes in een warme, vochtige omgeving. Aangekoekte ontlasting, een natte vacht of ontstoken huidplooien vormen daarom een risico. De maden die uit de eitjes komen, kruipen onder de huid, eten zich een weg naar binnen en richten daarmee een enorme schade aan. Het konijn kan dan snel in shock raken en dit is levensbedreigend. Een made is wit van kleur en kan van heel klein tot wel 1cm groot.
Als er maden gezien worden is een snelle behandeling noodzakelijk!

Preventie:
Zorgen dat de ontlasting stevig blijft en niet gaat plakken. Belangrijk is een goed dieet met veel vezels; maximaal 25 mg/kg krachtvoerbrokjes, onbeperkt hooi, aangevuld met wat groente. Ook is het belangrijk overgewicht te voorkomen, omdat het konijn de omgeving van de staart dan niet meer zelf kan schoonhouden.
Kijk iedere dag onder de staart of er ontlasting aangekoekt zit, zo nodig dit met lauwwarm water schoonweken en weer droogmaken. Indien het je zelf niet lukt dan kunnen onze dierenarts assistenten het voor je doen in onze dierenkliniek.

Gas en darmobstructies:
Een traagwerkend darmstelsel komt regelmatig voor bij zieke konijnen. Dit kan primair door een darmprobleem of verkeerd dieet zijn, maar vaak secundair aan een andere ziekte, pijn of stress. Konijnen hebben veel vezels (hooi en groenvoer) nodig om de darmbewegingen op gang te houden. Naast het voedsel worden ook opgelikte haren (met het wassen) via de darmen met de ontlasting uitgescheiden. Bij een te traag werkend darmstelsel blijft het voedsel te lang op dezelfde plek in de darmen en kan het uitdrogen. Als een konijn te weinig vezels binnenkrijgt, kunnen de darmen ´stil gaan liggen´. Voedsel en eventuele opgelikte haren blijven op dezelfde plek liggen en kunnen indrogen en een zgn. haarbal vormen, wat een obstructie kan veroorzaken. In erge gevallen kan er zelfs gas ophopen (gevormd door de darmbacterien) voor de obstructie. Door de obstructie kan het gas niet weg, de darmen worden steeds verder gevuld met gas, hetgeen leidt tot veel pijn, shock en uiteindelijk de dood.

Mogelijke symptomen zijn slechte eetlust, te weinig of te kleine keutels en lusteloosheid.
Wanneer een konijn meer dan 24h niets wil eten, kan de toestand snel achteruit gaan en kan kunnen ze in shock raken; neem direct contact op met de dierenarts.
De therapie bestaat uit darmstimulerende middelen, zo nodig vocht toedienen, pijnstilling en daarnaast is dwangvoeren (bijv. met Science Recovery) heel belangrijk, om de darmbewegingen weer op gang te helpen.

Gebitsproblemen:
Zolang het konijn leeft, groeien zijn tanden. Maar als de stand van het gebit niet goed is ontwikkeld, ontstaan er problemen. De tanden groeien dan door en er ontstaan haken op de kiezen. Als de gebitsproblemen zeer ernstig zijn, moeten door de dierenarts de kiezen geslepen worden of de tanden worden getrokken. Een konijn kan hier prima mee verder leven en eten.

Diarree:

De keutels die een konijn ’s nachts legt, zijn plakkerig en zitten aan elkaar vast. De keutels bevatten belangrijke vitaminen en mineralen. Het konijn eet daarom deze keutels direct op. Overdag poept een konijn ronde, droge keutels. Wanneer het konijn dit niet doet, heeft het diarree. Het konijn moet dan ‘vasten’: het mag dan alleen vers water drinken en hooi eten. Droogvoer, groenvoer en fruit zijn dan uit den boze. Binnen een aantal dagen moet de diarree dan over zijn. Soms zijn bacterien (bv E. Coli, Salmonella) of parasieten (wormen, coccidiose) de oorzaak van de diarree. In onze dierenkliniek zal de dierenarts een microscopisch onderzoek van de ontlasting verrichten om op parasieten te onderzoeken.

E. cuniculi
E. cuniculi of Encephalotizoon cuniculi is een parasiet die bij veel konijnen voorkomt.
Klinische verschijnselen:
-neurologische symptomen zoals scheve kop/draainek of tollen om de lengte-as
-zwakte of verlamming van de achterpoten
-oogproblemen
-nier/blaasproblemen

De wijze van besmetting is nog niet geheel duidelijk, maar gebeurt onder andere via de urine van een besmet dier of in de baarmoeder van moeder naar kind. Besmetting via de urine vindt plaats wanneer er nog geen klinische verschijnselen zijn. Het heeft geen zin meer 2 konijntjes te scheiden wanneer eentje E. cuniculi heeft en de ander (nog) geen verschijnselen heeft. Konijnen kunnen geïnfecteerd zijn met de parasiet zonder klinische verschijnselen; bij een vermindering van de weerstand kunnen dan alsnog verschijnselen optreden.
De diagnose wordt voornamelijk op basis van klinische verschijnselen gesteld. Daarnaast is een bloedonderzoek mogelijk wat aanwezigheid van de parasiet kan aantonen, maar deze is ook positief bij konijnen die drager zijn.
De therapie bestaat uit een antiparasitair middel (Panacur) en zo nodig daarbij ontstekingsremmende medicatie. Als de organen of het zenuwstelsel te ernstig is aangetast kan helaas het konijn alsnog overlijden, ondanks de behandeling.

Pasteurella
Pasteurella multocida is een veel voorkomende bacterie bij konijnen. Deze bacterie bevindt zich in de luchtwegen van veel konijnen, en kan luchwegproblemen veroorzaken wanneer de weerstand daalt. Het afweersysteem kan verminderen door slechte huisvesting, voeding, stress of een onderliggende ziekte.
De meest voorkomende symptomen zijn voorste luchtwegproblemen als neusuitvloeiing (ook wel ‘snot’ genoemd) en ooguitvloeiing. Maar ook middenoorontsteking, longontsteking als ook huidontstekingen (abcessen) kunnen optreden.
De diagnose vindt plaats op basis van klinische verschijnselen. Ook kan een swab voor een kweek afgenomen worden, maar deze valt ook positief uit voor dieren die latent geïnfecteerd zijn zonder klinische verschijnselen.
De therapie bestaat uit een antibioticakuur. In sommige gevallen is het lastig ondanks therapie de infectie onder controle te krijgen; het konijn blijft dat chronisch geïnfecteerd.

Abcessen
Een abces bij een konijn is vaak het gevolg van tand of kiesprobleem. Tanden en kiezen kunnen bijvoorbeeld door een tekort aan calcium in de voeding los gaan zitten waardoor een ontsteking in de tandkas en bij de wortels kan ontstaan.
Een abces is een met pus gevulde bult, vaak aan de onderkaak. De pus bij konijnen is erg dik (bijna kaasachtig) en de pasteurella bacterie is vaak aanwezig.
De diagnose wordt gesteld door de bult aan te prikken en te ontdekken dat er pus in de bult zit.
Soms is het nodig een röntgenfoto van de schedel te maken om te beoordelen of de kaak ook is aangetast.
De therapie bestaat uit het openen en schoonmaken van het abces onder een roesje. Zo nodig wordt er een wondzalf in achtergelaten. Tevens dient er een uitgebreide bekinspectie plaats te vinden, om te kijken of er een tand of kies getrokken moet worden.
De nabehandeling bestaat uit antibiotica en pijnstiller en zo nodig een zalf voor in de wond.
Abcessen bij konijnen kunnen soms erg hardnekkig zijn en er bestaat kans op recidief, zeker als de oorzaak een probleem in de kaak is.